Selecteer een pagina

Dorpskerk

Kruiskerk in neorenaissancestijl, naar ontwerp van H.J. Nederhorst. Rijksmonument vanwege het orgel.
De kerk, gelegen aan het Kerkplein, dateert van 1896, nadat een jaar eerder het kerkgebouw geheel was uitgebrand, waarbij alleen de muren nog overeind stonden. Dit was het gevolg van een brand die het centrum van Boskoop teisterde. Het kerkgebouw is in de loop der eeuwen drie keer vernieuwd, zodat de huidige dorpskerk het vierde gebouw is sinds 1234. Twee grondige restauraties in de jaren 1957-1963 en 2001-2003 geeft de Dorpskerk het aanzien dat hij nu heeft.

De Toren

Interieur

Liturgisch Centrum

Glas-In-Lood Ramen

Orgel
Een orgel met twee manualen en vrij pedaal en 16 registers, daterend uit 1897, gemaakt door J.F. Witte (firma J. Bätz & Co.).
Het instrument is, hoewel niet geheel gaaf bewaard, een voorbeeld van de voor Nederland typische 19de eeuwse orgelbouw traditie. Geheel vervaardigd volgens de hoogste normen met de beste materialen op klassiek ambachtelijk niveau. In klanktechnisch opzicht karakteristiek voor de periode van ontstaan waarbij de klankgeving is afgestemd op de gebruiksfunctie van het orgel namelijk een typisch voorbeeld van een instrument voor de begeleiding van de calvinistische gemeentezang.

Dispositie
Jac. van der Linden wijzigde de dispositie in 1965. De Cornet werd vervangen door een nieuwgemaakte Sesquialter, de Mixtuur werd uitgebreid met een 2/3′-koor, en de Salicet 8′ is vervangen door een Scherp III-IV sterk. Tot slot verschoof Van der Linden de Salicet 4′ naar een Fluit 2′.

Uit Het Nieuws van den Dag, 3 October 1895.

Nu men een beter overzicht heeft over het geheel van den brand, kan men eenigszins meer bij benadering schatten wat het woedende element vernield heeft. De brand is werkelijk ontstaan door het ontploffen van een petroleum-motor, welke dienst doet om hout te zagen. In de eerste plaats is die timmermanswinkel met de houtloods geheel verbrand, toebehoorende aan den timmerman P. Torken Jr. Deze werkplaats grensde niet aan de dorpstraat, doch was onmiddellijk verbonden aan een groot huis, waarin vele koloniale waren geborgen waren; ook dit brandde geheel af. Het behoorde aan en werd bewoond door den Heer Torken Sr. Beiden waren tegen brandschade verzekerd; de eerste ook in de neringverzekering. Vervolgens vatte vlam de bakkerij van den Heer J. Hofman, die ook verzekerd was tegen brandschade en in de neringverzekering. Ten huize van Torken Sr. en boven de woning van Hofman woonde (sic) verscheidene jongelieden, die opgeleid worden in de boomkweekerij; deze deden alles om hun goed en ook dat van hun hospes te redden. Alles werd toen aangewend om het huis van den Heer P. Koster Mz. te bewaren, waarin vele brandbare stoffen aanwezig waren, alsmede kruidenierswaren en spiritualiën, welke zooveel mogelijk verwijderd werden. Doch ook hier kon men het niet houden door den vreeselijken rook en de hitte; men moest het dak verlaten, hetwelk eene prooi der vlammen werd. Aangewakkerd door een Zuid-Oostenwind verspreidden zich de vonken hemelhoog, en men zag toen weldra, dat de spits van den toren in brand stond; de vonken waren door de bomgaten gevlogen en zoo naar boven. Spoedig werd de toren bestegen, maar het bleek, dat ook daar aan blusschen niet te denken viel. Het scheen alsof er in het geheele dorp een algemeene paniek zou ontstaan, doch gelukkig duurde dit slechts een oogenblik, en allen togen aan het werk, om het vernielend element te bestrijden. De brandweer werkte met ijver en kracht, onder bevel van den plaatsvervangenden burgemeester, den Heer A. Koster Mz. Intusschen werd getelegrapheerd om hulp naar naburige gemeenten, welke vooral uit Alfen spoedig verkregen werd. Er kwamen drie spuiten van Alfen, één van Zwammerdam, één van Hazerswoude en twee van Waddingsveen. Vrij spoedig waren alle gereed om water te geven, doch zij konden niet verhoeden, dat ook het huis van Mej. de Weduwe Van Wilgen en dat van den Heer W.0. Boer tot den grond toe afbrandden. Met donderend geweld, alles in haren val mede voerende, stortte de bel van den toren, alsmede het uurwerk, naar beneden. Ook de kerk had vlam gevat, waarbij aan geen blusschen te denken viel; het gebouw is geheel uitgebrand. Indrukwekkend was het te zien hoe de vlammen daar vrij spel voerden, toen het prachtige orgel met zijn drie schoone beelden nog lang alle gevaar trotseerde, doch eindelijk ook in den vuurpoel nederstortte. De kerk, het orgel en de inboedel waren tegen brandschade verzekerd, doch niet hoog. De aldaar mede verbrande rijk gebeeldhouwde preekstoel was een geschenk van den Stadhouder Prins Willem V. Men bepaalde zich nu verder tot het beschermen van de nabijzijnde perceelen, hetwelk gelukte. Verschillende perceelen hebben nog brand- en waterschade gekregen. Te halftien was de burgemeester terug en nam nu de verdere leiding van den waarnemenden burgemeester over. Den geheelen nacht zijn de spuiten in werking geweest, en het personeel der brandweer, zoowel van Boskoop als van de andere gemeenten, verdient grooten lof voor hun ijver en plichtsbetrachting. Het is treurig de verwoesting te aanschouwen, welke in zoo weinig tijd in deze gemeente is aangericht. Zeer vele vreemdelingen kwamen gisteren af en toe aan, om getuige te zijn van de vreeeelijke ramp, welke Boskoop heeft getroffen.

Uit Het Nieuws van den Dag, 5 October 1895.

DE BRAND TE BOSKOOP. Donderdagavond is nogmaals een spuit moeten aanrukken, omdat uit den romp van den toren weder vonken opstegen. Men heeft toen getracht de verschillende ijzerwerken naar beneden te halen, en de groote stukken hout zijn toen geheel uitgespoten; zij deden nog tot des nachts 1 uur dienst. Bij die gelegenheid werd ook de groote luidklok gevonden, welke geheel tot een klomp gesmolten was.